Juni 2012

Archief: Juni 2012

Neiafu, Vava’u Group, Kingdom of Tonga

Woensdag 27 juni 2012

We zijn al weer een week op Vava’u. Het is hier nu winter en niet zo heet. Overdag 25 graden en ’s nachts koelt het af tot een graad of 18. Eigenlijk heel aangenaam.

We kennen inmiddels de weg naar de supermarkt met blikken en diepvries. Op de markt kopen we de groente en het fruit, dat in de tuinen groeit, zoals papaya’s, meloenen, pompelmoesen, ananassen, wat sla, diverse soorten wortels (taro’s) en natuurlijk bananen, die hier heel zoet zijn. Op zaterdag is er meer, onder andere appels uit Nieuw Zeeland. De zaterdagmarkt is gezellig druk tot een uur of twaalf. Dan sluiten ook de meeste winkels en loopt het stadje langzaam leeg.

Op zondag zit iedereen in de kerk. Op straat is er niets te doen, sport is dan verboden en er vliegen geen vliegtuigen.

Tonga is overwegend christelijk. Zondag hebben we een mis bezocht. Er werd indrukwekkend mooi gezongen. Vier-stemmig en alle stemmen zitten door elkaar in de kerk. In de preek moet humor gezeten hebben, want er werd regelmatig gelachen.

We horen dat de familie hier een centrale rol speelt en dat vaders oudste zuster het meeste respect geniet. Veel families komen per pick-up naar de kerk. Bijna iedereen draagt er een rieten omslagrok. Als een van de weinige toeristen in de kerk vallen wij wat uit de toon. Toch worden we vriendelijk opgenomen in het gebeuren en krijgen we handen geschud.

Vava’u is de plaats waar walvissen uit het zuidelijk pool gebied naar toe gaan om te bevallen. Het schijnt dat er al een enkele walvis met kalf gesignaleerd is, maar het is nog wat vroeg in het seizoen.  Voor we weer verder varen naar Fiji willen we nog een aantal ankerplaatsen verkennen in de eilanden groep. Misschien dat we nog een walvis tegenkomen.

.

.

.

.

.

Naar het Koninkrijk Tonga

Neiavu, Vava’u grup, Kingdom of Tonga, Maandag 25 juni

We liggen niet echt lekker voor Rarotonga. Aan de open kust slingeren we behoorlijk op de golven. De ankerketting rammelt over het koraal. Dit is eigenlijk een plek waar je volgens de boekjes niet moet liggen. Woensdag 13 juni vertrekken we met bestemming Niue, een tocht van  540 mijl.

Zo gauw de zeilen staan keert de rust weer terug. We glijden prachtig over de golven met 15 knopen halve wind. Het gaat snel. Het eerste etmaal doen we 171 mijl. Dit is het soort passaatwind dat we nog niet eerder hadden. De dagen erna neemt de wind wat toe, draait iets naar het oosten  en varieert tussen 18 en 25 knopen. Er is geen maan en er komt steeds meer bewolking. We gaan griezelig hard door het donker en besluiten om toch maar weer ’s nachts te reven.

Als we Niue naderen overleggen we met Seaquest. Het is donker, er staat een stevige deining en de kust van Niue biedt geen echte bescherming. Na onze ervaring bij Rarotonga besluiten we door te varen naar Vava’u, de noordelijk eilenden  groep van Tonga. In de verte zien we een zwak schijnsel van Niue.

Zondag draait de wind naar het oosten. We vallen wat af om ruime wind te kunnen blijven varen. De bewolking neemt toe en het regent af en toe. Dan horen we een stevige knal en blijkt het tussenwant boven de eerste zaling los. Met de verrekijker zien we dat de spanner gebroken is. We reven het grootzeil tot de helft en met volle genua halen we toch nog 6 knopen. De mast blijft recht.

Als we op maandag ten zuiden van Vava’u aankomen is het zwaar bewolkt en regenachtig. De eilanden zijn niet hoog. Het ziet er uit alsof we op een Nederlands zomerdag langs de Zeeuwse kust varen. We zetten de motor bij.  In buien is het zicht maar net genoeg om binnen te kunnen varen. De electronische C-Map kaart blijkt op sommige plaatsen meer dan een halve mijl fout. Zoiets hebben we niet eerder meegemaakt.

Maandag om 16:00 uren meren we af op Neiafu, de hoofdstad van Vava’u, aan de kade bij Customs, achter de Seaquest, die er een paar uur eerder was. Omdat we onderweg de datumgrens passeerden en weer verder West zijn, is het dan Dinsdag 19 Juni en inmiddels 15:00 uur. We hebben 872 mijl gevaren.

Inklaren gaat vlot. De ambtenaren van Customs, Immigration, Quarantaine en Health zijn vriendelijk, hebben gevoel voor humor, en helpen met het invullen van de fomulieren. De kosten zijn ongeveer 150 tonga dollars (75 Euro), die we vlakbij kunnen pinnen.

Vlak voor het donker maken we vast aan een meerboei bij het Aquarium Cafe. De World ARC is daar inmiddels al weer vertrokken. Een enveloppe met documentatie hebben ze voor ons achter gelaten. Bij het Aquarium Cafe is WiFi en bellen we de familie via Skype.

De volgende dag eerst de mast in om het gebroken want er af te halen. Ondanks de aanwezigheid van een chartervloot van “Moorings”, zijn de technische mogelijkheden hier  primitief en beperkt.

Een tuiger is er niet. Maar een dag later vinder we James. Hij heeft een kleine werkplaats en kan roestvrij staal lassen. Heel netjes last James de spanner. Met een uurtje heeft Thijs het want er weer op en gaan we het stadje verkennen.

Cook eilanden

Roratonga, Cook Islands, dinsdag 12 juni 2012

Dinsdag 5 juni om 9 uur vertrekken we. De Seaquest volgt twee uur later. We hebben bijna drie maanden door Frans Polynesie gevaren van de Markiezen, via de Tuamotus naar de Society eilanden. Nu gaan we naar de Cook eilanden, 500 mijl verder.  Geen Franse kaas meer in de supermarkt. Hier komen we in Nieuw-Zeeland en ligt er cheddar in de vakken.

De Marita III (UK) met Mark en Helen en de Camelot (Nor) met Gunnar en Vibecke en hun twee kinderen Julia en Oscar vertrekken bijna tegelijk met ons uit Bora Bora met bestemming Rarotonga . Via de SSB houden  we twee keer per dag contact.

Volgens de voorspellingen hebben we eerst nog een halve dag geen wind en daarna 15 knopen uit oost-zuid-oost. Er staat nog wel een rommelige zee. Na 50 mijl gaat de motor uit en zeilen we 40 graden aan de wind. We blijven erg slingeren en schudden.  Dat hebben we al lang niet meer meegemaakt. Met een rif in het grootzeil gaan we de nacht in. De wind varieert van 16 tot 23 knopen uit zuid-oost. De zee blijft erg onrustig. Met een stevige knik  in de schoot schieten we wel goed op. Intussen houden we regelmatig contact met de Seaquest, die binnen VHF bereik is.

Woensdag blijft het hobbelig. We gaan nog steeds snel en leggen 176 mijl af in 24 uur. Het gevoel van zeeziekte is nog niet weg. Pas donderdag wordt de zee wat kalmer. Dan blijkt dat de bouten die de giekneerhouder aan de mast moeten houden los zijn gekomen en krom raken. Door de bulle talie en de grootschoot te trimmen halen we zoveel mogelijk druk van de giekneerhouder af. Het blijkt te werken en de situatie is stabiel.

De wind doet raar. Wakkert eerst aan tot 25 knopen. We reven dan genua en grootzeil . Maar na een half uur neemt de wind af to 10 knopen en kan het rif er weer uit. Dat gaat zo de hele dag door, tot we bedenken om het grootzeil maar gereefd te laten.  En dan neemt de wind echt af. De laatste nacht varen we op de motor, 2500 toeren, 6.5 knopen, 4 liter diesel per uur, met het grootzeil als slingerzeil stevig in het midden. Vrijdag ochtend komen we aan, een uur na de Seaquest.

Rarotonga heeft een klein haventje. Wegens werkzaamheden kunnen we daar niet in en moeten we buiten ankeren. We kijken uit op Trader Jacks en het gebouw van justitie. We liggen voor de hoofdstad van de Cook eilanden Avatui. De havenmeester regelt dat we rond het middag-uur ontvangen worden door Immigration, Customs en het Health-department om in te klaren. We lazen dat we ontsmet zouden worden en dat alle vlees en verse fruit en groente ingeleverd moesten worden. Dat blijkt mee te vallen. We vertellen dat we niet ziek zijn en dat we niets aan wal zullen brengen. We mogen dan alles houden.

Omdat we maandag misschien al vertrekken willen we meteen ook weer uitklaren. Dat heeft meer voeten in de aarde dan het inklaren. We moeten haven-tax betalen op hetb havenkantoor en uitklarings rechten bij immigration en dan kunnen we naar customs voor een uitklaringsbewijs. Het is wat ingewikkeld, maar iedereen blijft vriendelijk lachen. Alles bij elkaar zijn we er de hele middag mee bezig.

Zaterdag draait de wind. We liggen aan lagerwal. Niet echt aangenaam. We slapen slecht van het geslinger. Zoals voorspeld wordt het gelukkig zondag beter.

Op de zaterdagmarkt is het gezellig druk. Erg touristisch met een leuke demonstaratie drum-dancing. Polynesische wiebel billen met rieten rokjes.

Er rijden twee bussen rond het eiland, een met de klok mee en een tegen de klok in. Op zondag alleen maar met de klok mee. Wilma maakt met de bemanning van de Seaquest een rondje eiland als Thijs aan boord nog wat klussen afmaakt. De dagen erna doen we boodschappen en gaan gezellig uit. Op zondag hebben we een borrel op de Seaquest. Op maandag genieten we van een “sun-downer” aan boord van Luna Verde met de bemanning van Marita III, Camelot en Seaquest. Dinsdag gaan we naar de Camelot.

Ons vertrek stellen we uit tot woensdag. Dan is er gunstige wind om 560 mijl verder bij Niue aan te komen.

Wachten op gunstige wind

Bora Bora, zondag 3 juni 2012

We liggen aan een boeitje voor het MaiTai en vermaken ons uitstekend op Bora Bora. Aan boord maken we stroom en maken we water. We zwemmen en wandelen en we doen boodschappen.

We trekken er een dag voor uit om rond het eiland te fietsen. Het is 35 km en de weg is nagenoeg vlak. Het fietsen geeft verkoeling (zolang je niet afstapt).

Er wordt veel gevist in kleine bootjes. We worden vriendelijk onthaald in een werkplaats, waar daken worden gevlochten.

Hier heeft iedereen wel een groente tuintje en  fruitbomen met mango’s en papaya’s. Wat er over is wordt langs de weg verkocht.

Sporten doen ze hier op het einde van de middag: van vijf tot half zeven. Er wordt gefietst en heel veel gepaddeld in polynesische kano’s. Ze lijken te trainen voor de nationale wedstrijden. Het gaat er fanatiek aan toe.

Erg druk is het niet. Ook hier merkt men dat het niet zo goed gaat en een vakantie op Bora Bora blijft een dure aangelegenheid.

Het ziet ernaar uit dat de meeste depressies en fronten nu voorbij zijn getrokken en dat er een periode met stabiel weer aankomt: wind 15 knopen uit het zuid-oosten.

Mooi moment om afscheid te nemen van Bora Bora en weer eens verder te gaan, nu naar de Cook-eilanden.